Minister wil notificatieplicht AIVD beperken

De minister van Binnenlandse Zaken wil de notificatieplicht van de AIVD, waarbij afgeluisterde verdachten achteraf hiervan op de hoogte moeten worden gebracht, inperken. Als de verdachte niet makkelijk vindbaar is, hoeft de verdachte niet meer op de hoogte te worden gebracht.

In een reactie op een rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) schrijft de minister onder meer:

In zijn algemeenheid constateert de commissie dat de AIVD, een enkele uitzondering daargelaten, de notificatieplicht overeenkomstig de wettelijke vereisten ten uitvoer heeft gelegd. In het merendeel van de onderzochte notificatiebesluiten is op terechte gronden besloten tot uitstel dan wel verval van de notificatieplicht.

De commissie stelt verder dat de notificatieplicht, hoewel deze rechtmatig ten uitvoer is gelegd, tot dusver geen feitelijke bijdrage heeft geleverd aan de mogelijkheden voor de burger te ageren tegen het vermeend onrechtmatig inzetten van bijzondere bevoegdheden door de AIVD. Zij constateert tevens dat de tenuitvoerlegging van de notificatieplicht een aanzienlijk beslag legt op de capaciteit van de AIVD en dat dit hoogstwaarschijnlijk in de toekomst alleen maar zal toenemen. Ook stelt de commissie vast dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) noch jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) nopen tot het instellen van een actieve notificatieplicht.

Ik zal nu nader ingaan op enkele onderdelen uit het rapport van de commissie en haar aanbevelingen. De notificatieplicht komt te vervallen wanneer een persoon ten aanzien van wie een bijzondere bevoegdheid is uitgeoefend, niet traceerbaar is. […] Indien de zoekslag in de eigen systemen en de GBA vervolgens niets oplevert, vervalt de notificatieplicht volgens de commissie slechts wanneer de betrokken persoon ook anderszins niet met een redelijke inspanning is te achterhalen.