Opsporingsdatabank CIOT nog altijd chaos

Afbeelding: Fiber van Rich Bowen | Licentie: CC BY 2.0

De onderzoekers nemen niet eens de moeite om alle 22 korpsen te onderzoeken. Na 12 korpsen hebben de onderzoekers “voldoende zicht op het proces”.

De onderzoekers stellen in het rapport CIOT-bevragingen: Proces en rechtmatigheid:

Vanaf 2007 zijn bij een aantal korpsen onderzoeken verricht naar de naleving van de voorschriften voor het uitvoeren van CIOT-bevragingen. Naar aanleiding van de bevindingen van deze onderzoeken komt de minister van Veiligheid en Justitie (VenJ) in 2011 tot de conclusie dat de onvolkomenheden in de naleving van de voorschriften voor het overgrote deel nog bestaan. De naleving van de voorschriften voor bevraging is niet voldoende geborgd. De minister stelt dat de korpsen vanaf 1 mei 2011 aan alle vereisten rond bevragingen via het CIOT moeten voldoen. Anders wordt de toegang tot het CIS voor het betreffende korps tijdelijk afgesloten. Tevens kondigt de minister een intensivering van de controle op de naleving van de voorschriften aan. […]

Op verzoek van de minister van VenJ heeft de Inspectie in samenwerking met de Departementale Auditdienst (DAD) in 2012 onderzoek gedaan naar de naleving van de voorschriften voor CIOT-bevragingen door korpsen. Het onderzoek richt zich op een aantal kritische processen die een juiste uitvoering van de bevraging dienen te borgen. Daarnaast zijn 350 CIOT-bevragingen op rechtmatigheid getoetst. […]

Het onderzoek is uitgevoerd bij twaalf politiekorpsen, die niet recent betrokken zijn geweest bij onderzoek op dit terrein. Aanvankelijk was de intentie het onderzoek bij 22 opsporingsdiensten uit te voeren. De Inspectie en de DAD zijn van mening dat zij na twaalf korpsbezoeken voldoende zicht hebben op het proces van bevragingen. Naar verwachting van de Inspectie en de DAD zal het onderzoek bij de overige opsporingsdiensten niet tot een ander beeld leiden.

[…]

Om het bevragingsproces volledig te kunnen beschrijven, dienen de geldende voorschriften en afspraken bij de korpsen bekend te zijn. De Inspectie en de DAD merken op dat de documenten van het CIOT waarin de procedurevoorschriften zijn opgenomen, de classificatie ‘vertrouwelijk’ of ‘geheim’ hebben gekregen. Deze classificatie beperkt de mogelijkheden om deze voorschriften breed te verspreiden. Uit de gesprekken komt naar voren dat de ‘Referentie procesbeschrijving Bevraging met behulp van CIOT’ – waarin een groot deel van de rechtmatigheids- en procedurevoorschriften zijn opgenomen – bij de korpsen niet of zeer beperkt bekend is.

Het gevolg van het ontbreken van een volledig beeld van de geldende voorschriften is dat bij CIOT-bevragers onduidelijkheid bestaat over de juiste uitvoering van bevragingen. Enkele voorbeelden van vragen bij bevragers zijn: kan het e-mailadres van een aanvrager als een ondertekening van het proces-verbaal van vordering worden beschouwd, dient de vordering voor een bevraging het tenlastegelegde wetsartikel te vermelden, dient de CIOT-bevrager de formele rechtmatigheidstoets uit te voeren of kan ook een hulpofficier van justitie deze toets uitvoeren?

De Inspectie en de DAD constateren grote verschillen in de wijze waarop de korpsen de processen rond CIOT-bevraging hebben beschreven. De beschrijvingen variëren sterk in omvang en volledigheid. Dit varieert van een korte beschrijving waar en hoe een bevraging moet worden gedaan tot een volledige beschrijving van de werkwijze voor de CIOT-bevraging.

Ook ten aanzien van de registratie van CIOT-bevragingen doen zich aanzienlijke verschillen voor tussen de korpsen. Dit is het gevolg van het ontbreken van landelijke richtlijnen voor de inrichting van de registratie. Een aantal korpsen registreert alle relevante documenten, terwijl andere korpsen zich beperken tot het digitaal archiveren van de e-mailverzoeken voor een bevraging of tot het handmatig opbergen van de processen-verbaal van vordering verstrekking gegevens in ordners (met of zonder registratie).

[…]

Een opsporingsdienst dient zich te kunnen verantwoorden over de uitvoering van CIOTbevragingen. Dit betekent dat de registratie van de bevragingen zodanig dient te zijn ingericht dat te allen tijde kan worden aangetoond dat de bevragingen rechtmatig zijn uitgevoerd. Door middel van het uitvoeren van een interne audit kan het korps verantwoording afleggen over de uitvoering van de bevragingen.

Twee van de twaalf korpsen hebben een procedure voor het uitvoeren van een interne audit beschreven. De helft van de twaalf korpsen geeft aan periodiek steekproefsgewijs of integraal de rechtmatigheid van de bevragingen te controleren. Echter hiervan vindt geen vastlegging door deze korpsen plaats.

[…]

Tien van de twaalf korpsen geven aan alle verzoeken van CIOT-bevragingen op de punten van rechtmatigheid te toetsen. Bij één korps blijft deze toets beperkt tot de verzoeken die zijn gedaan door opsporingsambtenaren. Bij dit korps worden verzoeken van een officier  van justitie niet getoetst. Bij een ander korps vindt de controle op de rechtmatigheid plaats door een hulpofficier van justitie en niet door de bevrager (de geautoriseerde ambtenaar). Volgens de korpsen worden onvolledige of onjuiste aanvragen niet verwerkt en aan de aanvrager teruggezonden. Hiervan vindt door de korpsen geen registratie plaats.

[…] De drie korpsen in het onderzoek die POLIOM gebruiken, kunnen alle vereiste documenten tonen, waardoor de rechtmatigheid van de bevragingen kan worden aangetoond. De overige korpsen kunnen in een kwart van de geselecteerde bevragingen de vereiste documenten voor het vaststellen van de naleving van de voorschriften tonen.

[…]

De Inspectie en de DAD constateren dat de gesignaleerde knelpunten uit dit onderzoek de afgelopen jaren geregeld aan de orde zijn gesteld. Vanaf 2007 komt in rapporten naar voren dat de korpsen geen goed beeld hebben van de regelgeving van CIOT-bevragingen, tussen de korpsen aanzienlijke verschillen bestaan in de uitvoering van het bevragingsproces en de medewerkers behoefte hebben aan richtlijnen over de wijze waarop de rechtmatigheid van verzoeken om CIOT-bevragingen dient te worden vastgesteld.