Parkeerder kan niet worden verplicht kenteken op te geven

Afbeelding: Space van Maarten | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

Een automobilist kan niet worden verplicht zijn kenteken op te geven als hij zijn auto parkeert.

De rechtbank oordeelde:

Op 14 oktober 2013 omstreeks 11.35 uur constateerde een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam dat de auto van eiser […] geparkeerd stond. Bij controle stelde de parkeercontroleur vast dat geen parkeerbelasting voor het parkeren van de auto was voldaan. […]

Eiser voert aan dat hij de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan. Hij heeft slechts geweigerd zijn kentekengegevens in te voeren bij het doen van de aangifte, omdat hij de registratie en de opslag hiervan beschouwt als een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn onder andere in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op zijn privéleven. Eiser stelt als kenteken te hebben ingevoerd:[nummer]’. Hij heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat parkeerders in de gelegenheid dienen te worden gesteld de verschuldigde belasting te voldoen zonder registratie van aan hen te koppelen privégegevens.

De rechtbank volgt verweerder daarom niet in zijn betoog dat aan het niet-naleven van het voorschrift het rechtsgevolg dient te worden verbonden dat niet rechtsgeldig is betaald. Het niet, niet volledig of onjuist invoeren van het kenteken van de auto waarmee wordt geparkeerd, doet niet af aan het in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) neergelegde beginsel dat ter zake van een belasting die op aangifte moet worden voldaan uitsluitend kan worden nageheven indien die belasting niet is betaald. Indien de voorwaarde van invoering van het kenteken zo moet worden opgevat dat parkeren zonder juiste invoering van het kenteken betekent dat sprake is van parkeren zonder dat de verschuldigde belasting is betaald, zoals door verweerder is betoogd, zou dat meebrengen dat dit artikel in zoverre onverbindend zou zijn wegens strijd met artikel 20 van de Awr. […]

De bewijslast dat de verschuldigde parkeerbelasting niet is voldaan, rust in eerste instantie op verweerder. De omstandigheid dat de controleur geen betaling heeft waargenomen, bijvoorbeeld omdat hem bekend is dat niet ter zake van het kenteken parkeerbelasting is betaald, kan in het algemeen als toereikend bewijs dienen. De belastingplichtige heeft echter de mogelijkheid alsnog tegenbewijs te leveren. Het bewijs dat voor het parkeren van een auto is betaald kan daarom op verschillende manieren worden geleverd, niet alleen door een juiste invoering van het kenteken bij de automaat. De rechter heeft vervolgens de vrijheid aan dat tegenbewijs de waarde toe te kennen die hem goeddunkt. […]

Dat eiser voor een andere auto heeft betaald die ook in de omgeving van de betaalautomaat geparkeerd stond, acht de rechtbank, gegeven het consistente relaas van eiser in samenhang met het overgelegde betaalbewijs en de overgelegde pashouderbon, niet aannemelijk. Dit betekent dat eiser met de in overweging 3 genoemde bewijsmiddelen erin is geslaagd het (tegen)bewijs te leveren dat voor het parkeren van zijn auto op de genoemde plaats, dag en tijdstip is betaald.

Gegeven dit oordeel komt de rechtbank niet toe aan de grieven die eiser naar voren heeft gebracht die zien op de bescherming van zijn privéleven.