Plasterk blind voor overheidsmisbruik Wob

Afbeelding: Bürokratie / Bureaucracy III van Christian Schnettelker | Licentie: CC BY 2.0

De regering heeft vandaag een voorstel aangekondigd om allerlei onhandige punten in de Wet openbaarheid van bestuur op te lossen. Onhandig voor de overheid.

In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Plasterk:

De onderzoekers wijzen wel op het nadeel dat kleeft aan het uitzonderen van alle Wob-verzoeken van de dwangsomregeling. Goedbedoelende verzoekers die op openbaarmaking van documenten wachten, verliezen een instrument dat hun was aangereikt om aan te zetten tot versnelling. Hoewel een goede communicatie tussen overheid en verzoeker dit nadeel mogelijk voor een belangrijk deel kan wegnemen, is het wenselijk het nadelige effect van het wegvallen van de dwangsomregeling te compenseren. Naar het oordeel van het kabinet voorziet de regeling in artikel 8:55b e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inzake het rechtstreeks beroep dat kan worden ingesteld bij de bestuursrechter tegen het niet tijdig nemen van een besluit (in de motie wordt in dit verband gesproken van een “fictieve weigering”) hierin.

Om onbillijkheden te voorkomen is het in een dergelijk geval wenselijk dat de bestuursrechter, in afwijking van de in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb genoemde termijn van twee weken, een op het verzoek afgestemde termijn kan vaststellen waarbinnen het bestuursorgaan – op straffe van een dwangsom – op het Wob-verzoek moet beslissen. Het bestuursorgaan zal dan in die procedure moeten onderbouwen hoeveel tijd het nodig denkt te hebben om op het Wob-verzoek te beslissen.

Hier is veel mis mee. Met deze brief, want de dwangsom is geen “versneller”, maar een “overschrijd de termijn alsjeblieft niet nog verder”. Maar met het aangekondigde wetsvoorstel is echt van alles mis:

  • Het aangekondigde wetsvoorstel schrapt het enige middel dat een verzoeker heeft om druk bij het bestuursorgaan te zetten als het bestuursorgaan zich niet aan de uiterste wettelijke termijnen houdt. Let op: dat zijn al uitersten, de beslissing moet “zo spoedig mogelijk” genomen worden en uiterlijk binnen acht weken. Onderzoek van de overheid zelf toont aan dat een gemiddeld verzoek niet meer dan tien dagen behandeltijd heeft (hier, pagina 8 en 9).
  • Met het schrappen van de dwangsom kan de verzoeker niet anders dan naar de rechter om een toch al te late beslissing af te dwingen. Als er nu al zoveel dwangsommen worden uitgekeerd, dan betekent dat ook meteen dat het aantal zaken dat voor de rechter wordt gebracht, erg stijgt. Dat lijkt me een onnodige (en onwenselijke) belasting van onze rechterlijk apparaat.
  • De hoogte van de dagelijkse dwangsom en het maximum van de totale dwangsom die een rechter oplegt is in de regel hoger dan die die de huidige Wet dwangsom oplegt. De wet legt per dag 20 tot 40 euro en een maximum van 1.260 euro op als dwangsom. De rechter gemakkelijk 100 euro per dag en een maximum van 15.000 euro (pdf). Je zou zeggen dat met Plasterk’s voorstel misbruik alleen maar aantrekkelijker wordt.
  • Overigens, dat misbruik is ook maar relatief. Uit het eerdergenoemde onderzoek van de overheid blijkt dat het precieze bedrag dat aan dwangsommen wordt uitgekeerd onbekend is. Gegokt wordt dat de jaarlijks ongeveer 140.000 euro aan dwangsommen en proceskosten wordt uitgekeerd.
  • De wet waarmee de dwangsom werd geïntroduceerd, verlengde de termijn voor het nemen van een beslissing van twee keer twee weken naar twee keer vier weken. Als we nu het dwangmiddel voor het afdwingen van een toch al te late beslissing uit de wet halen, kunnen we dan ook de verdubbeling van de beslistermijnen weer ongedaan maken?
  • En nee, natuurlijk wil minister Plasterk dat niet. Sterker nog, de minister gaat nu nog eens ruimte inbouwen om er voor te zorgen dat dat beslistermijn, daar waar het bestuursorgaan de rechter kan overtuigen dat het verzoek wat meer werk is, nog eens extra verlengd.
  • Tenslotte: als dit wetsvoorstel door het parlement komt kunnen we een fatsoenlijke herziening van de Wet openbaarheid van bestuur vergeten. De in deze brief aangekondigde wetswijziging is ingegeven door een motie uit de Tweede Kamer. De minister grijpt die motie met beide handen aan. Maar er ligt al een wetsvoorstel voor een omvangrijke herziening van de Wet openbaarheid van bestuur in de Tweede Kamer, dat ook de dwangsom schrapt. Wat er nu gaat gebeuren: het voorstel van Plasterk wordt er nu even doorheen gejast (want niemand kan bezwaar hebben tegen het stoppen van vermeend misbruik) en vervolgens is elke vorm van druk om de Wet openbaarheid van bestuur te herzien verdwenen. En dus: stille dood van de wet die meer openbaarheid beloofd.

Oh, ook niet onbelangrijk om te noemen: de enige reden dat de overheid soms een dwangsom moet uitbetalen is omdat ze zichzelf niet aan de wet houdt. De makkelijkste oplossing is dát oplossen.