Raad van State: geen paspoort zonder vingerafdruk

Afbeelding: Paspoort van Thomas van de Weerd | Licentie: CC BY 2.0

In een voorlopige uitspraak bepaalde de Raad van State dat er geen recht is op een paspoort als geweigerd wordt vingerafdrukken af te staan.

In een uitspraak in een voorlopige voorziening in een Hoger Beroep stelt de Raad van State:

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De burgemeester heeft de aanvraag van [verzoekster] om afgifte van een paspoort niet in behandeling genomen omdat zij heeft geweigerd haar vingerafdrukken te laten opnemen.

2.3. [verzoekster] heeft aan de weigering haar vingerafdrukken te laten opnemen onder meer ten grondslag gelegd dat deze eis een onaanvaardbare inbreuk maakt op haar privacy, zoals beschermd in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM).

2.4. [verzoekster] heeft in het kader van de onderhavige procedure gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij de verkrijging van een paspoort omdat zij zich in het algemeen moet kunnen legitimeren en in het bijzonder bij het verkrijgen van zorg en het stemmen bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Ter zitting heeft [verzoekster] gesteld dat voor deze doeleinden ook kan worden volstaan met de verstrekking van een Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van één jaar.

2.5. Uit artikel 1, tweede lid, van de Verordening van de Raad van 13 december 2004, met nr. 2252/2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten, zoals gewijzigd door de Verordening nr. 444/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2009 (hierna: de verordening) vloeit voort dat een reisdocument moet zijn voorzien van een opslagmedium waarop twee vingerafdrukken zijn opgeslagen.

2.6. De voorzitter stelt voorop dat de nationale rechter verplicht is de volle werking van het Unierecht te waarborgen. In geval van twijfel omtrent de geldigheid van verordeningen dient hij rekening te houden met het belang van de Unie, dat die verordeningen niet overhaast buiten toepassing worden gelaten. Voor het buiten toepassing laten van een bepaling uit de verordening is bovendien vereist dat de voorzitter over de verenigbaarheid van bedoelde verplichting met artikel 8 van het EVRM ernstige twijfel heeft. Voor bedoelde ernstige twijfel bestaat onvoldoende grond, mede in aanmerking genomen dat de aard van de onderhavige procedure zich niet voor een diepgaand onderzoek naar de gestelde onverenigbaarheid met artikel 8 van het EVRM leent. Gelet hierop ziet de voorzitter, de betrokken belangen afwegende, geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende de opdracht tot het in behandeling nemen van de aanvraag om afgifte van een paspoort zonder opname van vingerafdrukken, zoals [verzoekster] heeft verzocht.

2.7. Voor het treffen van een voorlopige voorziening die er toe strekt dat aan [verzoekster] een Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van één jaar zonder opname van vingerafdrukken dient te worden afgegeven, zoals [verzoekster] ter zitting heeft verzocht, bestaat evenmin aanleiding, reeds omdat [verzoekster] van meet af aan slechts tegen het niet in behandeling nemen van een aanvraag om een paspoort is opgekomen.