Rechter-commissaris moet verwijderingsbevel toetsen

Afbeelding: 21 april 2010, het Gerechtsgebouw van Reinier Sierag | Licentie: CC BY-NC-SA 2.0

Het Openbaar Ministerie mag niet zomaar websites laten blokkeren. De rechter oordeelt dat voorafgaande toetsing noodzakelijk is.

In een uitspraak van de Rechtbank in Assen:

In onderhavige zaak heeft een derde bij (het bedrijf van) verdachte een webhostingpakket afgenomen om een voor iedereen toegankelijke website te kunnen maken. Op deze website zijn -zo stelt de officier van justitie- beledigende teksten geplaatst. Verdachte heeft geen gevolg gegeven aan de vordering van de officier van justitie om de website ontoegankelijk te maken. De vraag is of verdachte dat bevel mocht negeren omdat een machtiging als bedoeld in artikel 54a Sr. ontbreekt.

Artikel 54a Sr houdt in dat strafrechtelijke vervolging is uitgesloten indien de tussenpersoon als zodanig voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.

De ratio die aan deze bepaling ten grondslag ligt is de vrijheid van meningsuiting in een digitale omgeving zoveel mogelijk te ondersteunen door de neiging tot preventieve censuur weg te nemen. De tussenpersoon kan zonder angst voor een strafrechtelijke vervolging van een ander afkomstige gegevens doorgeven of al dan niet tijdelijk opslaan. Zelfs al heeft hij kennis van het strafbare karakter van de gegevens. Wanneer hij echter een bevel krijgt van de officier van justitie, na machtiging van de rechter-commissaris, om de gegevens ontoegankelijk te maken, moet hij daaraan gehoor gegeven. Eerst wanneer daaraan niet wordt voldaan is er ruimte voor strafrechtelijke vervolging.

Zoals is komen vast te staan ontbreekt in onderhavige zaak de vereiste machtiging van de rechter-commissaris. Dat brengt met zich mee dat niet voldaan is aan het vereiste in artikel 54a Sr. De verdachte is daardoor een beroep op een vervolgingsuitsluitingsgrond onthouden. Het OM had niet tot vervolging van verdachte mogen overgaan en moet daarom niet ontvankelijk worden verklaard.