Schaamte of angst is kracht cameratoezicht

Afbeelding: cctv van Martin Abegglen | Licentie: CC BY-SA 2.0

Cameratoezicht werkt, maar om andere redenen dan men denkt. En dat betekent niet dat méér camera’s ons veiliger maken.

In het artikel Camerabeelden van verdachten op internet: het werkt! schrijft Sander Flight:

Opsporing achteraf is de kracht van cameratoezicht. Dat bleek de afgelopen dagen maar weer. Er ging een filmpje van een mishandeling in Eindhoven rond op het interwebs en iedereen die dit leest heeft dat filmpje waarschijnlijk gezien inmiddels. Voor de oppervlakkige beschouwer is dat filmpje het bewijs dat camera’s werken. Ga maar na: twee van de acht verdachten meldden zich spontaan bij de politie.

[...]

Maar wat heeft er nou precies gewerkt?

a) Het cameratoezicht heeft niet preventief gewerkt
Deze mishandeling gebeurde onder het oog van meerdere camera’s. De daders hebben zich niet gerealiseerd dat ze in beeld waren of ze trokken zich er niks van aan. Dat maak ik op uit de manier waarop ze door de straat lopen: zonder capuchons of bivakmutsen, maar gewoon herkenbaar. Ze lopen ook niet aan de rand van de straat in de relatieve duisternis, maar ze lopen op volle oorlogssterkte midden over straat. Het is goed omdat ze nu goed kunnen worden herkend, maar het is niet goed vanuit de preventieve gedachte.

b) Het voorval is niet in de kiem gesmoord en er was geen snelle reactie van de politie.
Er zijn geen politiemensen te zien in dit filmpje. De jongens zijn ook niet aangehouden toen ze nog in de buurt waren. Was er geen politie beschikbaar op dat moment? Of zat er wellicht niemand naar de camerabeelden te kijken die de politie kon inseinen? Gisteravond zei de Hoofdofficier van Justitie in Pauw en Witteman dat de beelden volgens haar niet live werden bekeken, maar dat ze dat niet zeker wist. Volgens mij zijn de beelden wel degelijk live bekeken. Dat maak ik op uit het feit dat de camera zwenkt en inzoomt op het gevecht. Dat doet een camera (nog) niet uit zichzelf. Een andere mogelijkheid is dat de beelden achteraf zijn gemonteerd waardoor het lijkt of er wordt ingezoomd. Dan gaat het dus om het achteraf inzoomen en dat kan kloppen, want de resolutie verslechtert wel na het inzoomen. Maar dat gebeurt tijdens live toezicht ook – als je ver inzoomt worden de beelden vaak korrelig, helemaal in het donker. Mijn inschatting is dus dat het hele incident dus wel degelijk live is waargenomen door een toezichthouder. Het verbaast me dat er geen snelle reactie op straat volgde. We hebben het hier over het uitgaanscentrum van Eindhoven – ik neem aan dat de politie binnen vijf minuten ter plaatse kan zijn. Wat ging daar mis?

c) De reguliere opsporing heeft geen resultaat opgeleverd
De politie heeft de beelden bestudeerd. Dat leverde niets op, hoewel de daders prima in beeld waren. De politie kon zelf de daders niet herkennen en daarom is in overleg met het OM besloten de beelden op televisie te vertonen. Het is niet vreemd dat dit zo is: om iemand te kunnen herkennen, moet je hem namelijk eerst kennen. En we kennen allemaal maar vrij weinig mensen. Vooral first offenders zijn voor de politie heel erg lastig te herkennen. Ik benadruk dit punt omdat ik duidelijk wil maken dat als we meer beelden gaan opnemen, dit niet automagisch betekent dat er ook meer daders geidentificeerd zullen worden door de politie. Er is geen database waarin de politie met slimme software kan zoeken naar gelijkenis tussen personen op beelden van een bewakingscamera en echte personen. Dus louter meer beelden opnemen is niet genoeg: je wilt ook weten wie het zijn. Alleen doordat de beelden breed zijn verspreid op televisie en internet is er een resultaat geboekt.

d) De vertoning op televisie en internet heeft niet geleid tot herkenning
Nu komen we tot de kern: wat heeft geleid tot het succes in deze zaak? Dat was de uitzending op televisie en internet. Maar wat gebeurde er? Er kwamen, hoorde ik, geen bruikbare tips binnen nadat de beelden waren getoond. Honderdduizend mensen zagen het filmpje op tv of internet, maar niemand kon of wilde de politie vertellen wie het waren. De beelden hebben dus niet geleid tot herkenning of tot een gouden tip. De twee daders die nu bekend zijn, stapten uit zichzelf naar de politie.

Wat er dus echt heeft gewerkt is schaamte, angst of iets dergelijks in het hoofd van twee van de acht daders door de collectieve verontwaardiging. En door hun inschatting, denk ik, van de kans dat ze binnenkort wel zouden worden herkend. Dus eigenlijk is de werkelijke succesfactor die het verschil maakte in deze zaak: de angst voor de massale verontwaardiging en – wellicht – eigenrichting. Het is dus een soort naming en shaming, maar dan zonder naming.

[...]

Aan de andere kant blijft er toch ook een vervelend stemmetje in mijn achterhoofd vragen: ‘Hoe kan het dat London niet de veiligste stad van de wereld is? Daar hangt toch op elke straathoek een camera?’