Veiligheid als stuwend beginsel

Afbeelding: Keyboard van Dan Foy | Licentie: CC BY 2.0

Wanneer moet politiesurveillance op internet onder de beperkingen van stelselmatige observatie vallen? De experts verschillen nog van mening.

In zijn column Oom agent surft volautomatisch met u mee schrijft Folkert Jensma in het NRC:

Techno-speuren heeft politiek de wind mee. Voor het grote goed van veiligheid wordt nieuwe, hippe technologie graag ingezet. Deze week stond in de krant dat er regelmatig drones (onbemande robotvliegtuigen) hoog boven Nederland met camera’s observeren. Openbaar Ministerie en politie laten soms dagen achter elkaar steden en dorpen bekijken. Hoog en dus stil: heimelijk, stelselmatig en langdurig. Wat wordt daar gezien, bewaard, opgeslagen en wie mag er dan bij? Dit is een cliché, maar nieuwe techniek is gevoelig voor ‘spill over’ en ‘function creep’. Het zijn vaak oplossingen op zoek naar een probleem.

[…]

En of je dus als burger bedacht moet zijn op gebruik door de politie van informatie die je op een besloten forum zet. De wetgever dacht bij internetsurveillance nog aan de rechercheur die met Google aan het doe-het-zelven is. Wettelijk mag hij op internet net zo rondkijken als in een woonwijk of in een telefoonboek. Maar technisch zijn we dat stadium dus al lang voorbij.

[…]

De kernvraag voor de burger is natuurlijk wanneer zijn privacy hier in het geding komt. Het is voor een rechercheur mogelijk om met een paar muisklikken en zoektermen via IRN een complete, gesorteerde en gewogen uitdraai van een individu op het scherm te krijgen: al diens relaties, zijn hele netwerk, zijn surfgedrag, al zijn bekende foto’s, zijn reisgedrag. Dat zoiets in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek kan, onder toezicht van de rechter-commissaris, dat begrijpt iedereen. Maar zomaar, van een willekeurige burger? En er is nu maar weinig dat de gewone internetsurveillant daarvan kan afhouden.