Verplichting meewerken grootschalig DNA-onderzoek niet haalbaar

Afbeelding: Micah's DNA van Micah Baldwin | Licentie: CC BY-SA 2.0

Burgers kunnen niet gedwongen worden mee te werken aan grootschalig DNA-onderzoek in strafzaken.

Onderzoekers van het ministerie van Veiligheid en Justitie hebben onderzocht in hoeverre Nederlandse burgers gedwongen kunnen worden tot het afstaan van DNA in grootschalige onderzoeken. De resultaten zijn verwoord in het onderzoek Een meewerkverplichting bij grootschalig DNA onderzoek in strafzaken.

In antwoord op de vraag in hoeverre een verplichting tot het meewerken in overeenstemming is met het EVRM schrijven de onderzoekers:

Een belangrijke vraag is in hoeverre een eventuele meewerkverplichting voor burgers bij grootschalig DNA-onderzoek houdbaar zou zijn vanuit de inhoud en strekking van relevante fundamentele rechten die zijn vastgelegd in het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Daartoe is in hoofdstuk 9 getoetst aan het nemo tenetur-beginsel, de onschuldpresumptie, het recht op privéleven, het non-discriminatiebeginsel en het recht tegen vrijheidsbeneming zoals deze door het verdrag worden beschermd. Die toetsing van de eventuele meewerkplicht aan deze verdragsrechten en beginselen laat zien dat niet met stelligheid valt vast te stellen of zodanige plicht in overeenstemming zou zijn met het EVRM. De reden daarvoor is in de eerste plaats dat zodanige plicht nooit door het EHRM is getoetst. Daarnaast telt dat die meewerkplicht wat betreft aard, grondslag en strekking dusdanig van andere meewerkplichten afwijkt, dat moeilijk precies valt te bepalen wat de betekenis is van de – casuïstische – op die andere plichten betrekking hebbende Straatsburgse rechtspraak voor de meewerkplicht bij grootschalig DNA-onderzoek.

[…]

Minder harde conclusies zijn mogelijk wat betreft de overige fundamentele rechten waaraan de meewerkverplichting bij grootschalig DNA-onderzoek is getoetst. Dat geldt allereerst het nemo tenetur-beginsel. Vooral dat de meewerkverplichting is gericht op niet-verdachten, maar wel in een strafrechtelijke context en ter bepaling (in- of uitsluiting) van daderschap plaatsvindt, maakt het lastig de betekenis van die rechtspraak hier vast te stellen. Daarbij komt dat de meewerkplicht materieel wel degelijk met het beginsel wringt. Toch duidt voornoemde – onvolkomen – rechtspraak thans nog het sterkst erop dat de meewerkplicht formeel niet in strijd zou komen met het nemo tenetur-beginsel uit artikel 6 lid 1 EVRM. Wat betreft de presumptie van onschuld lijkt het eerder net andersom: duidelijker dan bij het nemo tenetur-beginsel biedt de Straatsburgse jurisprudentie aanknopingspunten voor de conclusie dat toepassing van een meewerkverplichting bij grootschalig DNA-onderzoek op gespannen voet staat met de onschuldpresumptie uit artikel 6 lid 2 EVRM. Tot slot heeft de toetsing aan het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM duidelijk gemaakt dat een meewerkplicht bij grootschalig DNA-onderzoek aanzienlijke – dat wil zeggen: relatief ernstige – inbreuk maakt op dit recht van de niet-verdachte burgers.

Alles afwegende blijkt er een behoorlijk tot wezenlijk risico te zijn dat gebruikmaking van een meewerkplicht bij grootschalig DNA-onderzoek door het EHRM in strijd met het verdrag zou worden verklaard. Bij de vraag of dit risico al dan niet kan worden aangegaan dient te worden betrokken dat de bepalingen in het EVRM slechts minimumnormen inzake rechten en vrijheden bevatten.

De onderzoekers schrijven in antwoord op de vraag wat de antwoorden uit het onderzoek betekenen voor de mogelijkheden tot het opleggen van zo’n verplichting:

Allereerst blijkt uit deze studie dat het nut en de noodzaak van een meewerkverplichting bij grootschalig DNA-onderzoek kwestieus is. Daarvoor is relevant dat hoewel ons land geen meewerkverplichting kent, de feitelijke deelname aan grootschalig DNA-onderzoeken zeer hoog is. De toegevoegde waarde van een verplichting – als die al effectief is – zou dan beperkt zijn. Maar er is zelfs een risico dat toepassing van een meewerkverplichting de effectiviteit van grootschalig DNA-onderzoek uiteindelijk meer zal verminderen dan versterken.

Wat betreft nut en noodzaak van de meewerkplicht is verder van belang dat toepassing ervan in beginsel op gespannen voet staat met het belang bij een goede vertrouwensrelatie tussen de politie en de burger. […]

Voorts is een meewerkverplichting bij grootschalig DNA-onderzoek vanuit juridisch en principieel oogpunt problematisch: deze staat op gespannen voet met uiteenlopende fundamentele rechten uit het EVRM en komt mogelijk zelfs in strijd met bepaalde rechten daarvan. […]