Vertrouwen in de integriteit van de ambtenaar

Jaarlijks laat de minister een verslag opstellen over het functioneren van het systeem. Dat gebeurt op basis van artikel 8 van de regeling Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie. Via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur zijn de rapporten nu openbaar.

Begin juli deed ik een WOB verzoek om de rapporten die gemaakt worden op basis van artikel 8 van de regeling Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie openbaar te krijgen. Eerder deze week kreeg ik ze eindelijk toegestuurd. Het rapport moest antwoord geven op de volledigheid en juistheid van de aangeleverde gegevens van de aanbieders, de rechtmatigheid van de bevraging door de opsporingsdiensten en moest tenslotte ook een oordeel vellen over de opzet, het bestaan en de werking van het CIOT systeem. In Vertrouwen in de integriteit van de ambtenaar is over de inhoud van de buit te lezen:

De inhoudelijke kennis van wetsgrondslagen met betrekking tot het rechtmatig bevragen van het CIOT was bij een aantal opsporingsambtenaren ontoereikend om te kunnen beoordelen welke documenten nodig zijn voor een bepaalde bevraging. Bij een van de onderzochte opsporingsdiensten was zelfs niet eens bekend was dat voor een bevraging op basis van artikel 126na WvS een proces verbaal moet worden opgesteld. In een andere situatie kon in veel gevallen de rechtmatigheid op het moment van de bevragingen niet vastgesteld worden en wordt er bij de uitvoering vertrouwd op de integriteit van de aanvragende opsporingsambtenaar.

Als een opsporingsdienst geen antwoord op een vraag krijgt, een zogenaamde “no-hit”, dan stuurt deze soms een fax naar de betreffende aanbieder om alsnog een antwoord te verkrijgen. Niet alle BOID’s sturen correct ingevulde faxen. Een aantal aanbieders “gaat daar heel coulant mee om” en verstrekt toch de gegevens.