Wetsvoorstel oprichting College voor de rechten van de mens

Eergisteren is het wetsvoorstel voor de oprichting van een College voor de rechten van de mens ingediend.  Het college moet de naleving van de mensenrechten in Nederland bevorderen.

In de Memorie van Toelichting wordt verwezen naar de Paris Principles, een aantal door de VN opgestelde criteria voor nationale mensenrechten instituten. Die criteria zijn:

Een mensenrechteninstituut:

  • bevordert de naleving van mensenrechten en beschermt deze binnen de nationale rechtsorde;
  • heeft een zo breed mogelijk mandaat dat alle mensenrechten omvat.

Een mensenrechteninstituut heeft de bevoegdheid om:

  • te adviseren, monitoren en toezicht te houden;- de harmonisatie van nationale wetgeving aan internationale standaarden te bevorderen;
  • aan te sporen tot de ratificatie van internationale instrumenten;- mee te werken aan en te adviseren over rapportages op internationaal niveau;
  • samen te werken (onder andere op internationaal niveau);- onderzoek en onderwijs te ondersteunen en hieraan deel te nemen;
  • aan bekendheid van (inspanningen gericht tegen schendingen van) mensenrechten doorvoorlichting, educatie en publiciteit bij te dragen.

Een mensenrechteninstituut kan de bevoegdheid hebben om:

  • individuele klachten te behandelen;
  • steun te verlenen aan slachtoffers van mensenrechtenschendingen.

Voor de uitvoering van deze taken behoort het instituut:

  • onafhankelijk te zijn;
  • een publiekrechtelijke rechtsvorm te hebben;
  • deskundig te zijn;
  • zijn eigen werkzaamheden te kunnen bepalen;
  • te beschikken over onafhankelijkheidswaarborgen, die bij voorkeur in de wet zijn vastgelegd, zoals financiële onafhankelijkheid en onafhankelijkheid bij de benoeming en het ontslag van leden en medewerkers;
  • pluralistisch samengesteld te zijn;
  • toegang te krijgen tot alle benodigde gegevens;
  • goede contacten met andere organisaties en instellingen te onderhouden, met behoud van zijn onafhankelijkheid.

Over het mandaat wordt geschreven:

Het College voor de rechten van de mens krijgt een breed mandaat. Het College kan zich bezighouden met het bevorderen van de bescherming van alle mensenrechten in Nederland. Mensenrechten zijn opgenomen in de Grondwet, maar ook in verdragen en richtlijnen. Het College moet flexibel kunnen opereren en prioriteiten kunnen stellen bij het opstellen van een werkprogramma. Daarom wordt in de wet geen definitie van mensenrechten opgenomen.De mensenrechten waarover het College zich kan uitspreken betreffen onder andere die zijn vastgelegd in

  • de Grondwet;
  • de Universele verklaring van de Rechten van de Mens;
  • het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
  • vrijheden;
  • het herzien Europees Sociaal Handvest;
  • het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;- het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;
  • het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten;- het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie;
  • het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;
  • het Verdrag inzake de rechten van het kind;
  • het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen;
  • het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Daarnaast valt te denken aan zogenoemd soft law, zoals de Europese gevangenisregels (Prison Rules) en vele verklaringen en aanbevelingen van de (Parlementaire Assemblee van de) Raad vanEuropa, alsook VN-richtlijnen. Dit is een niet limitatieve opsomming. Zoals gezegd kan het College zich ook richten op mensenrechten opgenomen in andere (toekomstige) verdragen, richtlijnen, overeenkomsten en nationale (uitvoerings)wetgeving.

De wettelijke taken die het college toebedeeld gaat krijgen:

Het nieuwe college krijgt de volgende wettelijke taken:

  • onderzoek doen naar de bescherming van mensenrechten, waaronder het onderzoek en oordeel op het terrein van gelijke behandeling;
  • het rapporteren over en het doen van aanbevelingen op het terrein van mensenrechten;
  • advisering over (concept)wet- en regelgeving en beleid dat direct of indirect betrekking heeft op mensenrechten;
  • het geven van voorlichting op het terrein van mensenrechten en het stimuleren en coördineren van onderwijs over de rechten van de mens;
  • het stimuleren van onderzoek naar de bescherming van de rechten van de mens;
  • het structureel samenwerken met maatschappelijke organisaties en nationale, Europese en internationale instellingen, onder meer door het organiseren van activiteiten in samenwerking metmaatschappelijke organisaties;
  • het aansporen tot de ratificatie, implementatie en naleving van verdragen over de rechten van demens en het aansporen tot de opheffing van voorbehouden bij zulke verdragen;
  • het aansporen tot de implementatie en naleving van bindende besluiten van volkenrechtelijkeorganisaties over de rechten van de mens;
  • het aansporen tot de naleving van Europese of internationale aanbevelingen over de rechten vande mens.

Ook het voorstel van de wet is gepubliceerd.