WWR: proportionaliteit nieuwe paspoortwet is niet aangetoond

In een nieuw rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid worden de technische, industriële en politieke aspecten van het biometrische rapport. De conclusies zijn scherp: veiligheid speelde een ondergeschikte rol, het ontbreekt aan goede doelstellingen en geen enkele studie onderschrijft dat de nieuwe wetgeving proportioneel is.

In Het biometrische paspoort in Nederland: crash of zachte landing schrijft de onderzoeker:

Bij de proeven en studies hebben processen centraal gestaan. De veiligheid heeft een ondergeschikte rol gespeeld. Er is voornamelijk gekeken hoe de biometrie zo eenvoudig mogelijk aan de bestaande processen en procedures kon worden toegevoegd. Er is beperkt aandacht besteed aan de vraag of en in hoeverre de biometrie het centrale probleem oplost.

Haalbaarheidsstudies vragen om duidelijke doelstellingen en criteria voor de prestaties en de veiligheid. Als de doelstellingen niet helder staan beschreven, is een grondige haalbaarheidsstudie niet mogelijk. De vraag of met biometrie de vooraf gestelde doelstellingen in de gegeven context haalbaar zijn (en zo ja: hoe), is niet helder gesteld en dus ook niet duidelijk beantwoord.

Erkende specialisten lijken niet in alle voorbereidingen voldoende te zijn betrokken (zoals bv. het NFI en TNO). De kans bestaat dan dat gebrek aan inhoudelijke technische kennis bijgedraagt aan onderschatting van de complexiteit van de biometrische technologie.

De verantwoordelijke bewindslieden hebben gesteld dat de maatregelen zoals beschreven in de nieuwe Paspoortwet proportioneel zijn en de inbreuk op de private levenssfeer van de burgers rechtvaardigen. Dit is echter door geen enkele studie, rapport of test helder onderbouwd op basis van kwantificeerbare afwegingen. Het CBP onderschrijft dit in haar advies van maart 2007.

Nederland gaat verder dan de Europese Commissie voorschrijft, wellicht vanuit de ambitie om, net zoals bij het succesvolle nieuwe paspoort, ook op het gebied van de biometrie een vooraanstaande rol te spelen in Europa. In plaats van het creëren van duidelijkheid omtrent de techniek en functie van het biometrische paspoort in de context van de Europese richtlijn, zijn de functionaliteit, complexiteit en de daardoor ontstane risico’s uitgebreid.

In het onderzoek wordt ook de directeur van het Agentschap BPR geciteert:

Neem allerlei vraagstukken op het terrein van biometrische gegevens. Ik moet, nu ik hier een half jaar werk, constateren, dat wij geen eigen unit Research & Development hebben. Ja, er is één functionaris, en die is nu uitgeleend aan het programma reisdocumenten. Hier hebben we geen experts op het gebied van vingerafdrukken, iriscopie, etc. We moeten altijd externe deskundigen inhuren. 

Natuurlijk is het de vraag of je alles zelf in huis moet halen, maar je moet de kennis die ook elders is wel kunnen ontsluiten en er toegang tot hebben. Dat is belangrijk. Die kennis zit dus ook niet op het departement.